Ga naar de inhoud van deze pagina Ga naar het zoeken Ga naar het menu
Vorige pagina

Commissie Financiën en Algemene Zaken

dinsdag 27 oktober 2026

18:30 - 21:00
Locatie

AB zaal | Hensbeker, Poldermolen 2 te Houten

Voorzitter
Hans Marchal
Toelichting

Het is mogelijk om de vergadering live bij te wonen. In verband met de beperkte capaciteit in onze AB-zaal vragen wij u zich vooraf aan te melden via [email protected] (uiterlijk op dinsdag 27 oktober om 12:00 uur).

Agenda documenten

Uitzending

Agendapunten

  1. 1
    Opening en vaststelling agenda
  2. 2
    STUKKEN TER ADVISERING (besluitvorming AB)
  3. 2.1

    Voor u ligt de begroting voor het jaar 2027. Deze geeft op hoofdlijnen de doelen, ambities en intenties van het waterschap weer. Deze begroting borduurt voort op de Voorjaarsnota 2026. De uitgestippelde koers uit het Waterbeheerprogramma (WBP) en ander ingezet beleid wordt voortgezet en enkele accenten zijn toegevoegd.

    Voorgesteld besluit

    Het algemeen bestuur besluit:
    1. De Begroting 2027 (DM2098544) vast te stellen met daarin opgenomen:


    Onderdeel Bedrag
    Netto saldo aan kosten en overige opbrengsten € 210,791 miljoen
    Voor het dekken van het netto saldo een te realiseren belastingopbrengst
    Waarvan:
    · Watersysteemheffing
    · Zuiveringsheffing
    · Verontreinigingsheffing
    En de inzet van de egalisatiereserves:
    · Watersysteemheffing
    · Zuiveringsheffing
    € 203,315 miljoen

    € 115,533 miljoen
    € 87,598 miljoen
    € 0,184 miljoen

    € 5,364 miljoen
    € 2,111 miljoen
    Totaal investeringsvolume voor 2027 (jaarschijf) € 176,016 miljoen
    Te autoriseren kredietvolume in 2027 € 276,618 miljoen
    Toevoeging aan de overige bestemmingsreserves € 36,108 miljoen
    Onttrekking aan de overige bestemmingsreserves € 12,319 miljoen


    2. De te realiseren belastingopbrengst voor de watersysteemheffing van € 115,533 miljoen en de zuiveringsheffing van € 87,598 miljoen als uitgangspunt te nemen voor de vaststelling van de belastingtarieven 2027.

  4. 2.2

    Met dit voorstel worden de tarieven voor de waterschapsbelastingen 2027 ter vaststelling aan het algemeen bestuur aangeboden. Deze tarieven zijn in het ontwerp besluit als wijziging verordeningen watersysteemheffing, zuiveringsheffing en verontreinigingsheffing verwerkt. De door het college voorgestelde tarieven voor zowel de watersysteemheffing als de zuiveringsheffing zijn ook opgenomen in de ontwerp Begroting 2027 die in dezelfde vergadering aan het algemeen bestuur ter besluitvorming voorligt. Dat betekent ook dat de belastingopbrengsten en mutaties van de egalisatiereserves, waar deze tarieven toe leiden, in de begroting als dekking voor de netto kosten zijn opgenomen.

    Voorgesteld besluit

    Het algemeen bestuur besluit:
    1. met ingang van 1 januari 2027 de belastingtarieven als volgt te wijzigen:
    a) voor de toepassing van de ‘Verordening watersysteemheffing Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 2026’ worden de tarieven vastgesteld op:
    - € 138,20 per woonruimte voor de categorie Ingezetenen;
    - € 125,43 per hectare voor de categorie Ongebouwde onroerende zaken;
    - 0,02382% van de heffingsmaatstaf voor het aandeel woningen in de categorie Gebouwde onroerende zaken;
    - 0,02653% van de heffingsmaatstaf voor het aandeel niet-woningen in de categorie Gebouwde onroerende zaken.
    b) voor de toepassing van de ‘Verordening verontreinigingsheffing Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 2026’ wordt het tarief vastgesteld op € 84,43 per vervuilingseenheid;
    c) voor de toepassing van de ‘Verordening zuiveringsheffing Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 2026’ wordt het tarief vastgesteld op € 84,43 per vervuilingseenheid.


    2. het bepaalde onder 1 vast te leggen door vaststelling van de bij dit voorstel behorende ontwerp besluiten (DM 2095309) tot wijziging van de tarieven in de Verordening watersysteemheffing, de Verordening verontreinigingsheffing en de Verordening zuiveringsheffing en tot het doorvoeren van enkele technische aanpassingen in de Verordening verontreinigingsheffing en de Verordening zuiveringsheffing.

  5. 2.3

    Goed bestuur betekent ook integer bestuur. Het algemeen bestuur heeft daarom op 20 februari 2019 de Gedragscode bestuurlijke integriteit van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 2019 (DM 1492544) (hierna de Gedragscode) vastgesteld. Met de agenda bestuurlijke integriteit, die in najaar 2025 onder mandaat van de portefeuillehouder bestuurlijke integriteit (de dijkgraaf) is opgezet, wordt bestuurlijke integriteit nog nadrukkelijker geagendeerd, geborgd en bewaakt binnen de bestuurlijke cyclus. Deze agenda bestaat uit vier pijlers, die elk verschillende activiteiten bevatten. Het is de bedoeling dat de agenda is geïmplementeerd vóór de waterschapsverkiezingen van 2027.


    Een van de uit te voeren acties betreft de invoering van een protocol omgang met (vermoedens van) integriteitsschendingen door bestuurders. De Gedragscode schrijft voor dat het algemeen bestuur afspraken maakt over de processtappen die worden gevolgd in geval van een vermoeden van een integriteitschending. Met dit protocol (Bijlage A, DM 2092788, hierna: het protocol) wordt hier invulling aan gegeven. Het protocol beschrijft hoe wordt omgegaan met vermoedens van of meldingen over een integriteitsschending door leden van het algemeen bestuur, duoleden, collegeleden en/of de dijkgraaf (hierna: de bestuurders) van HDSR.

    Voorgesteld besluit

    Het algemeen bestuur besluit om het protocol omgang met (vermoedens van) integriteitsschendingen door bestuurders vast te stellen (Bijlage A, DM 2092788).

  6. 2.4

    Het algemeen bestuur wordt gevraagd in te stemmen met de inhoud van de zienswijze en in te stemmen met de toetreding van waterschap Limburg tot de gemeenschappelijke regeling Aquon.

    Voorgesteld besluit

    Het algemeen bestuur besluit:
    1. In te stemmen met de inhoud van de zienswijze (DM 2093254) op de toetreding van waterschap Limburg tot de gemeenschappelijke regeling Aquon;
    2. In te stemmen met de toetreding van waterschap Limburg tot de gemeenschappelijke regeling Aquon en daarmee in te stemmen met het Wijzigingsbesluit mits dit gelijk is aan het voorgelegde ontwerp Wijzigingsbesluit.

  7. 3
    STUKKEN TER CONSULTERING (besluitvorming college)
  8. 3.1

    Op 8 juli 2026 heeft het algemeen bestuur motie 013-2026 aangenomen (bijlage 2, DM 2095923). Met deze motie wordt verzocht het mogelijk te maken dat fracties een tweede duo-commissielid kunnen laten benoemen en de financiële gevolgen hiervan mee te nemen in de begroting 2027.



    Voor de uitwerking van deze motie zijn verschillende keuzes mogelijk. Naast de vraag hoeveel duo-commissieleden per fractie kunnen worden benoemd, kan ook worden bezien op welke wijze duo-commissieleden worden vergoed en of de huidige benoembaarheidseisen nog passend zijn. De commissie wordt daarom gevraagd een voorkeur uit te spreken over een drietal uitwerkingskeuzes.



    De uitkomsten van de consultatie worden verwerkt in een voorstel tot wijziging van het ‘Reglement voor de vaste commissies van advies’ en, voor zover nodig, de Regeling ondersteuning leden algemeen bestuur. Het college stelt vast op welke wijze uitvoering wordt gegeven aan de motie. Dit leidt vervolgens tot de benodigde aanpassingen van de begroting en de reglementen, die ter besluitvorming aan het algemeen bestuur (AB) worden voorgelegd. In alle varianten blijft het uitgangspunt dat duo-commissieleden deelnemen aan commissievergaderingen namens een fractie en niet beschikken over de bevoegdheden die uitsluitend aan leden van het algemeen bestuur zijn voorbehouden.

    Voorgesteld besluit

    Om tot een passende en toekomstbestendige regeling te komen, wordt de commissie gevraagd een voorkeur uit te spreken over drie onderdelen: het aantal duo-commissieleden, de vergoeding en de benoembaarheid. Deze drie onderwerpen zijn hieronder uitgewerkt in afzonderlijke consultatievragen.


    Aantal
    De commissie wordt gevraagd een voorkeur uit te spreken voor één van de volgende varianten waar het gaat om het aantal duo-commissieleden per fractie:
    1. Iedere fractie mag maximaal 2 duo-commissieleden aanstellen, in plaats van 1 zoals in de huidige situatie;
    of
    2. Iedere fractie die een commissievoorzitter levert, mag maximaal 2 duo-commissieleden aanstellen, in plaats van 1 zoals in de huidige situatie.


    Vergoeding
    De commissie wordt gevraagd een voorkeur uit te spreken voor één van de volgende varianten waar het gaat om de vergoeding die wordt uitgekeerd aan duo-commissieleden:
    1. De vergoeding voor duo-commissieleden blijft gelijk aan de vergoeding zoals die nu is, te weten 50% van de maandelijkse vergoeding voor AB-leden;
    of
    2. De vergoeding voor duo-commissieleden wordt aangepast naar een presentiegeldregeling,
    gelijk aan het uitgangspunt in het Rechtspositiebesluit[1].


    Benoembaarheid
    De commissie wordt gevraagd een voorkeur uit te spreken voor één van de volgende varianten waar het gaat om de benoembaarheid van duo-commissieleden:
    1. Een duo-commissielid moet op de kandidatenlijst voor de verkiezingen hebben gestaan of voorkomen op de reservelijst voor een geborgde zetel;
    of
    2. Elke persoon die voldoet aan de wettelijke benoembaarheidseisen kan worden benoemd.

  9. 3.2

    Voorgesteld besluit

    Consultatievragen:   
    1. Wat vindt de commissie van de opgenomen strategieën voor preventieve communicatie en regulering in het uitvoeringsbeleid? 
    2. Wat vindt de commissie van de voorgestelde inzet van VTH ten behoeve van de doelen voor waterveiligheid, watersysteem (incl. waterkwaliteit) en waterketen?

  10. 4
    INFORMEREND DEEL
  11. 4.1

  12. 5
    Mededelingen
  13. 6
    Ingekomen stukken
  14. 7
    Rondvraag
  15. 8
    Sluiting